Actie Netwerk

Actie menu

Home / ActieGids / Hoe kun je invloed uitoefenen? / 2. Op welk moment kan ik wat doen?



2. Op welk moment kan ik wat doen?

Als iemand in jouw gemeente een probleem ziet, kan dat meestal niet binnen een week worden opgelost. Tussen het moment van een probleem zien en het moment van een probleem oplossen zitten vele stappen. Alle stappen tussen deze twee momenten noemen we de fasen of stadia van het politieke proces. Tijdens elke fase kun je proberen om invloed uit te oefenen.

De fasen in het politieke proces zijn:

  1. Agendavorming (het probleem onder de aandacht van de politiek brengen)
  2. Beleidsvorming (het probleem onderzoeken en er oplossingen voor bedenken)
  3. Besluitvorming (beslissen welke oplossing wordt gekozen voor het probleem)
  4. Uitvoering (de oplossing uitvoeren)
  5. Evaluatie (nagaan of de beleidsvorming, de besluitvorming en de uitvoering goed zijn verlopen en bedenken wat er in de toekomst beter kan)

In de praktijk doorloopt een probleem niet altijd keurig al deze stadia. Toch is het belangrijk om deze stadia te kennen en te herkennen om de juiste invloedstrategie te bepalen.

1. Agendavorming

Er zijn veel problemen in de samenleving, maar niet alle problemen worden behandeld door wethouders, raadsleden of beleidsambtenaren. Vaak moet een aantal burgers eerst het probleem signaleren (“daar moet iets aan gedaan worden”). En pas als politici het onderwerp ook belangrijk gaan vinden en beloven om er iets aan te doen, kan er wat gaan gebeuren.
Als de politiek (de gemeenteraad of het College van B&W) vindt dat de overheid een probleem moet aanpakken, dan zeggen we dat dit probleem ‘op de politieke agenda staat’. De politieke agenda is dus de (ongeschreven) lijst van problemen, vraagstukken, kwesties en strijdpunten waaraan politici en de beleidsmakers aandacht schenken.

→ De invloed die je in deze fase kan uitoefenen is dus: zorgen dat politici jouw probleem ook belangrijk gaan vinden en dat ze er iets aan willen gaan doen.

Het probleem ‘milieu’ staat pas sinds 35 jaar op de politieke agenda. Wetenschappers en actiegroepen trokken in de jaren ‘60 en ‘70 als eersten aan de bel en waarschuwden voor ernstige verstoringen van het milieu. In 1971 werd het toenmalige ministerie van Volksgezondheid veranderd in ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne. Hiermee werd erkend dat de vervuiling van lucht, water en bodem en het opraken van fossiele energiebronnen een groot probleem is en dat de overheid een rol heeft om dat probleem op te lossen. Het ministerie zou de milieuproblemen gaan aanpakken.

naar boven

2. Beleidsvorming

Bij beleidsvorming staat de betreffende kwestie al op de politieke agenda. Politici vinden het onderwerp belangrijk en hebben besloten dat er iets moet gebeuren. In deze fase verzamelen beleidsmakers (ambtenaren) en onderzoekers gegevens en informatie en bedenken ze mogelijke oplossingen voor het probleem. Beleidsambtenaren ontwikkelen beleidsopties. Ze werken aan nieuwe maatregelen, plannen en/of verordeningen. Zij bereiden een argumentatie voor die hun wethouder kan gebruiken in de discussie over de oplossing van het probleem bij de besluitvorming.
In deze fase worden al inhoudelijke keuzes gemaakt die in hoge mate de uiteindelijke besluitvorming zullen bepalen.

→ Aan het begin van deze fase staat er nog veel open en zijn er goede mogelijkheden om te beïnvloeden. Ambtenaren zijn op zoek naar informatie en jij kunt ze voorzien van jouw kennis en inzichten. Aan het einde van deze fase worden er keuzes gemaakt. Daarna staan ze vaak niet meer open voor andere suggesties. Dit is dus een hele belangrijke fase om invloed uit te oefenen!

De gemeente X wil de sociale problemen in een achterstandswijk gaan oplossen. Die wijk is dus op de politieke agenda gekomen. Politici en ambtenaren gaan een nieuw beleid voorbereiden. Daarbij moeten ze zich aan allerlei regels houden: van de provincie moet een gemeente bij het aanpakken van een wijk de samenhang tussen de verschillende beleidsterreinen uitwerken. Woningen, uitkeringen en werkgelegenheid en ook overlast, criminaliteit en buurtvoorzieningen moeten in de plannen allemaal aandacht krijgen. Daarnaast stelt het ministerie van VROM ook eisen: de gemeente kan niet zomaar buiten haar grenzen gaan bouwen. Meer woningen of meer ruimte voor bedrijven moet zoveel mogelijk worden ingevuld in het al bebouwde gebied. Ook moet de gemeente aandacht besteden aan de wensen van de huidige inwoners. Al deze elementen van een plan moeten worden voorbereid en worden gepresenteerd in een beleidsnota.

naar boven

3. Besluitvorming

Besluiten worden genomen door politici. De verantwoordelijke wethouder doet een voorstel of neemt een besluit over hoe hij of zij de kwestie gaat aanpakken. Het besluit van de wethouder moet besproken en goedgekeurd worden door het college van B&W. Bij nieuw beleid (of als de raad er om vraagt) wordt de kwestie vervolgens ook door de gemeenteraad besproken. Bij nieuw beleid moet de gemeenteraad er altijd eerst mee instemmen, voor het uitgevoerd kan worden.

→ Deze fase is formeel het moment waarop het beleid wordt vastgesteld door de bevoegde politici. De politiek is namelijk eindverantwoordelijk voor het beleid. Je kunt op dit moment nog steeds proberen invloed uit te oefenen: je kunt de politici bijvoorbeeld ervan proberen te overtuigen dat de bedachte oplossingen niet goed zijn, en dat ze dus niet moeten instemmen met het nieuwe beleid.

In Utrecht is een referendum gehouden over de uitbreiding van het aantal koopzondagen. Aan burgers werd de vraag voorgelegd: Moet er een mogelijkheid komen voor alle winkels in de binnenstad en in de zogeheten stadsstraten in Utrecht, om elke week op zondag open te zijn van 12.00 tot 18.00 uur? In het collegeprogramma is afgesproken bij het besluiten van de uitbreiding van het aantal koopzondagen een referendum te organiseren. Bewoners van Utrecht hebben op deze manier de besluitvorming kunnen beïnvloeden.

naar boven

4. Uitvoering

Bij de uitvoering worden de beleidsplannen in de praktijk toegepast. Burgers ervaren nu pas de positieve dan wel negatieve effecten en mogelijke neveneffecten van beleid. In deze uitvoeringsfase kunnen burgers aan de overheid (de gemeenteraad, de betrokken wethouder en ambtenaren) laten weten wat zij van de uitvoering vinden. Dit kan direct via spreekuren van de wethouder of raadsleden of bijvoorbeeld via de pers.

→ Aan het beleid kun je op dit moment nauwelijks meer iets veranderen. Maar veel problemen hebben vooral te maken met de uitvoering van beleid, en niet met het beleid op zich. De ervaring leert dat politici voor de uitvoeringsfase minder aandacht hebben en het overlaten aan de ambtenaren. Je kunt in deze fase nog wel voor elkaar krijgen dat er verbeteringen in de uitvoering komen.

Zuilen Gezond is een milieu-actiegroep. De inzet is een stank- en stofvrij Zuilen. Om dat te bereiken is de strategie van de actiegroep om goed te letten op naleving van de bestaande milieuwetten. Soms gaat het om vergunningen die zijn verleend door de gemeente of provincie voor uitbereiding van bedrijven. De milieugroep leest deze vergunningen grondig en de activiteiten van bedrijven volgt zij kritisch. Als niet stipt aan de voorwaarden van de vergunningen wordt voldaan, zet de actiegroep juridische procedures in. Deze actiegroep probeert dus niet om het beleid te beïnvloeden, maar de uitvoering ervan.

naar boven

5. Evaluatie

De evaluatie is de fase waarin de effecten van bepaald beleid worden gelegd naast de doeleinden en naast de kosten van dat beleid. Er wordt nagegaan of de problemen volgens de bedoeling ook zijn opgelost (of in elk geval tot verbeteringen hebben geleid), tegen redelijke kosten.

→ De uitkomst van beleidsevaluaties kan het begin zijn voor nieuw beleid. Daarom is de fase van evaluatie van het beleid weer een belangrijk moment voor beïnvloeding.

In opdracht van de Raad voor Werk en Inkomen werd onderzocht of de per 1 januari 2004 ingevoerde sollicitatieplicht voor werklozen van 57,5 jaar en ouder goed werkte. Belangrijkste vraag daarbij was hoe de nieuwe bepalingen van de wet in de praktijk werkten. Managers en consulenten van CWI's, gemeenten en UWV werden ondervraagd. De resultaten van dit project werden in februari 2005 openbaar. De vakbeweging, die opkomst voor de belangen van werknemers en andere organisaties van burgers, hebben stevig meegesproken bij deze evaluatie.

naar boven

Ga terug naar de handleiding 'Hoe kun je invloed uitoefenen?' of ga meteen door naar

1. Waar moet ik zijn?

3. Wat kan ik doen?

4. Alle instrumenten op een rij